De vier seizoenen

Winter:

De maanden waarin de houtsnippers door diverse hoveniers en de gemeente Capelle met vrachtwagens worden geleverd. De vrijwilligers zorgen ervoor dat de houtsnippers op de paden worden gestort, waardoor een goed en begaanbaar padenstelsel voor het komende seizoen aangelegd wordt. Tevens vormen de houtsnippers een goede voedingsbodem voor de vele paddenstoelen die de Heemtuin rijk is.


Bomen in de winter

Als de bomen tenslotte helemaal kaal zijn, is er een toestand van rust ingetreden. De fotosynthese (zuurstofproductie) staat geheel stil door het ontbreken van blad. Andere processen voltrekken zich trager en minder intensief.

In deze periode kan de boom op andere manieren worden bekeken:


Het silhouet

Kale bomen zijn minder goed te determinieren; je kunt ze niet meer herkennen aan hun blad, doch een kale boom is ook mooi om te zien!


De knoppen
Vlak boven het lidteken waar het blad is afgevallen, bevindt zich de nieuwe knop. Zodra deze in het voorjaar uitloopt, vormt zich in de oksel van het nieuwe blad alweer een knop voor het volgend jaar.

Knopschubben beschermen de knop tegen:

     kou
     vochtverlies
     insecten

Beharing (b.v. lijsterbes, abeel, es) of een kleverige laag (b.v. paardekastanje, zwarte papulier) geven nog een extra bescherming.

Eigenschapppen van het blad zijn ook medebepalend voor de koudebestendigheid. Bij b.v. de vuilboom en de vlier zijn de knoppen respectievelijk geheel en gedeeltelijk onbedekt. zij overleven toch de winter.


De schors
Die ziet er in de winter net zo uit als in de zomer.

Bij de meeste bomen is de kleur iets tussen groen en bruin. Jonge, nog groene scheuten danken hun kleur aan het nog aanwezige chlorofyl. Na enkele maanden vormt zich aan de buitenzijde van deze levende schors, een kurklaagje, bestaand uit cellen, waarvan de wanden ondoorlatend zijn. Het inwendige van de cel sterft af. De celwanden van de verkurkte cellen bevatten vet, waardoor ze volkomen waterdicht worden. Bij de meeste bomen vormt zich elk jaar een nieuw kurklaagje, zodat er elk jaar een nieuwe laag dode cellen bij komt. Deze op elkaar gestapelde laagjes wordt de schil, korst of schors genoemd.

Twijgen van houtige gewassen (b.v. kardinaalsmuts, maretak) houden langer hun groene kleur. Pas na 2 à 3 jaar wordt het eerste kurklaagje gevormd.


Op de twijgen, maar ook op de stammen zijn kleine of grotere langwerpige spleetjes te zien. Dit zijn de lenticellen. Hier 'ademt 'de boom door. Lucht is nodig bij de verbranding van het opgezlagen voedsel. De verbranding levert weer energie, die nodig is voor het oppompen van water.


Dieren in de winter
Omdat er in deze periode weinig te eten is, houdt een aantal diersoorten een winterslaap. Daarbij lopen hun hartslag, ademhaling en verbranding terug. Langzaam teren ze in op hun vetreserves. Hun lichaamstemperatuur kan tot dicht bij het vriespunt dalen.

Egels zoeken een beschut plekje, om, opgerold tot een stekelig bolletje, rustig te overwinteren. De egels in de heemtuin hebben waarschijnlijk ook wel een goede plek gevonden.


Koudbloedige dieren, zoals kikkers, padden en salamanders, kruipen in de modder van een sloot en wachten in toestand van schijndood het voorjaar af. Niet alle kikkers hebben dit gedaan. Onlangs sprongen er nog kikkertjes rond in de heemtuin, waarschijnlijk omdat nu de temperatuur nog zo hoog is.


Huisjesslakken sluiten zich op in hun slakkenhuis en verdwijnen onder de grond. Ze blijven dicht bij elkaar: dankzij het kleverige slijn dat ze afscheiden, hecht de een zich aan de ander.

Ook lieveheersbeestjes kruipen tegen elkaar aan op een beschut plekje.


Insecten, torren, vlinders en wormen hebben hun eigen manier om de winter door te komen. Ze graven zich in of trotseren de kou in een ei, pop of cocon.



Het klinkt bijna cliché, maar het wonder heeft zich weer voltrokken: het is LENTE!!

Elk jaar is het toch weer een verrassing hoe de natuur ontwaakt. En voor wie er niet alleen oog maar ook oor voor heeft, gaat dit hier en daar met veel geluid gepaard: bijen, hommels en andere zoemertjes zijn ontwaakt en doen zich te goed aan al het lekkers dat de natuur voor hen in huis heeft. Voor mensen met een allergie is het niet zo prettig, maar het is een prachtig gezicht: al die soorten katjes, propvol stuifmeel!

Voorzichtig ontvouwen zich groene blaadjes, vogels verblijden ons met hun mooie gezang en verschillende dieren denken al aan gezinsvorming. Het winterkoninkje nestelt elk jaar weer in de bijenstal achter in de Heemtuin. In de heemtuin zijn al verschillende nestkasten bewoond, de kauwen hebben zich de grootste kasten toegeëigend. In het buitengebied horen we o.a. de geluiden van scholeksters, grutto's en kieviten.
De reiger vindt zijn maaltijd in de Heemtuin en na een heerlijk maal geniet deze sierlijke vogel vaak op bijzondere wijze nog even na. 
De padden komen voorzichtig uit de modder gekropen en de eerste hommels zijn ook al weer gesignaleerd


   

De sneeuwklokjes zijn inmiddels alweer uitgebloeid. Het longkruid bloeit volop en ook het maarts viooltje is er weer. De door de vrijwilligers gepote bollen laten hun inhoud zien: krokussen, narcissen en verderop in het bosgedeelte staat een meidoorn prachtig in blad. En nog even, dan is deze plek bedekt met een prachtig wit tapijt: de bloeiende daslook. Verder staan hier anemonen, sleutelbloemen, vogelmelk, kievitsbloemen, boshyacintjes en ook hier krokussen.
Aan de slootkant treffen we het groot hoefblad aan en aan het kruidenpad de prachtige paars/blauwe Kaukasische smeerwortel. Verderop in de tuin bloeit de helleborus en verblijden de forsythia en de kerria ons met hun gele bloesem. Een prunus doet dat met haar roze bloemetjes.

Kerria

Zo zal er de komende weken steeds wat nieuws te zien. Het blad van het fluitenkruid is op veel plaatsen al zichtbaar. Dat belooft over een paar weken een prachtige witte waas over de heemtuin. Het blad van de judaspenning is een voorbode van heel veel paarse bloemen. 
Op verschillende plaatsen komen de jonge brandnetels boven de grond. Hier en daar zullen die de kans krijgen om uit te groeien: vlinders hebben die nodig om hun eitjes op af te zetten.
KORTOM HET IS WEER GENIETEN!!
             

De Helleborus bloeit nog mooi.


 De kauwtjes zijn druk bezig met hun nest                      

     

Op verschillende plaatsen bloeien de Rhododendrons.


Ook de boshyacinten of Blue Bells zijn op verschillende plaatsen te zien.
                                                                                                                                              

Zomer:
Schaduw en ondoordringbaar groen hebben de Heemtuin lange tijd in hun greep gehad. Jonge en nieuwe planten hadden nauwelijks kans om hun wortels te verankeren in de aarde, omdat er nauwelijks licht was, iets wat noodzakelijk is voor de groei.
De vele vrijwilligers van de Heemtuin hebben ervoor gezorgd dat er licht en lucht in de Heemtuin zijn gekomen, waardoor vele nieuwe plantensoorten ineens letterlijk het daglicht zagen.
Op een aantal plaatsen zijn nieuwe plantvakken gemaakt, zodat bomen en planten beter onderhouden kunnen worden.
Let in de zomer vooral op de bijzondere geuren en kleuren in de Heemtuin. De natuur ademt en de zachte, heerlijke geur van planten kunt u opsnuiven tijdens een wandeling door de tuin

                               

Herfst:
De paddenstoelentijd is in de herfst op haar hoogtepunt.
Honderden natuurliefhebbers uit binnen- en buitenland bezoeken graag meerdere keren de Heemtuin. Met camera's in de hand, de paddenstoelengids paraat zoeken veel liefhebbers naar een van de ruim 90 paddenstoelensoorten die de Heemtuin rijk is.
Met name de inktviszwam, die zeldzaam is in ons land komt in de Heemtuin rijkelijk voor. Geniet ervan, maar laat ze vooral staan, zodat anderen er ook van kunnen genieten.

                          



Lijsterbes


Kornoelje (Cornus Stolonifera 'Flaviramea')

Deze kornoelje heeft in deze periode witte besjes. Als hij zijn blad heeft verloren, kleuren de takken mooi geel.

Herfst in Heemtuin Capelle 

De herfst, een prachtig jaargetijde, waarin de natuur met een schitterende eindspurt bezig is en zich voorbereidt op de winter.

In het voorjaar is er de verwondering over ontluikend groen, in de herfst is er het boeiende proces van het vallen van de bladeren. 

Om te leven, nemen bomen o.a. water op uit de bodem. Via de huidmondjes in de bladeren vind er ook verdamping plaats. Het korter worden van de dagen en de daling van de temperatuur bemoeilijkt de opname, maar de verdamping gaat door. Simpel gezegd: de boom moet zijn blad kwijt om te voorkomen dat hij uitdroogt.

In het blad wordt auxine aangemaakt, een hormoon dat er voor zorgt dat de bladeren niet zomaar van de boom vallen. De weersveranderingen in het najaar zorgen er voor dat er minder auxine wordt aangemaakt. Er vormt zich zodoende een kurklaagje tussen blad en tak. Dit laagje zorgt er uiteindelijk voor dat, ook met behulp van de wind,  het blad van de boom valt.
Ooit werden bomen in Vietnam besproeid (bewust) met een middel dat auxine afbrak, met ontbladering tot gevolg.

Voordat het zover is, vindt er nog een ander proces plaats: het verkleuren van de bladeren. Hierin bevinden zich bepaalde stoffen die bij een heleboel bomen voor die schitterende metamorfose zorgen.

Eerst wordt chlorofyl (bladgroen) aan het blad onttrokken. Dit wordt tot nader gebruik in de boom opgeslagen. Xantofyl (geel), caroteen (oranje) en anthocyaan (rood) blijven achter in het blad. En deze stofjes zorgen voor die verkleuring.

De verkleuring is per soort verschillend en ook vallen de bladeren niet allemaal gelijktijdig, en  ook  niet elke boom verliest zijn blad.,dat is weer één van de raadselen van de natuur.

De sierappel (Malus) bloeit in mei met mooie roze bloesem. Na de bloei verschijen kleine rode appeltjes aan de takken, die vaak tot in de winter blijven hangen.



 

Naaldbomen en bomen en struiken met een leerachtig blad, blijven in de winter groen. Bij de eersten is het verdampingsoppervlak maar heel klein en  bij de tweede soort hebben de bladeren een beschermend waslaagje, zoals bij de Rhododendron. 


Knoppen van de Rhododendron zijn nu al te zien. In het voorjaar zullen ze open gaan.


Hertshooi. In de zomer veel gle bloemen. Nu in de herfst mooi zwarte bessen.

En dan die paddenstoelen! Wie de moeite neemt om enigszins gebukt door de heemtuin te lopen, zal van alles zien. Het zwavelkopje is veelvuldig aanwezig. Verder judasoor, nestzwammetje, parasolzwam enz. Het is best moeilijk om paddenstoelen te determineren. Tijdens de ontwikkeling kan elke fase er totaal verschillend uit zien. Bij de grote stinkzwam en de inktviszwam is er eerst een soort ei zichtbaar. Een interessant proces. Het is een aanrader om zelf eens te gaan speuren!